Koffie? Bel mij voor een afspraak! +31 6 81361681

Overheard: de rust van het brieventijdperk

Overheard: de rust van het brieventijdperk

Overheard bij Lebkov in Leiden. Twee oudere heren zitten naast mij. Of ik naast hen.

Ik heb mijn laptop uitgeklapt en zit te typen. IPhone naast mij, ik ben aan het werk. Twee oudere heren zitten naast mij. Of ik naast hen (kwestie van perceptie). Ze zitten binnen mijn gehoorbereik. Ik hoor ze. En dus hun gesprek.

“We worden steeds afhankelijker van informatie”, zegt de eerste heer stellig. “Vroeger, als je in Amerika wilde studeren, dan stuurde je een brief. Dat duurde weken, soms maanden, voordat je een reactie hierop ontving. En dan was je intens blij! Heerlijke tijd, lekker rustig allemaal. Nu heeft iedereen een Ipad, een Iphone. Word je nu nog wel blij van een bericht?

Heer 2 begint over wel of niet vrije markt. Hij gelooft niet zo in vrije markt. Apple bepaalt, zegt hij volgens mij. Iets met interfaces. Ingewikkeld verhaal. Gegevens opslag enzo. Technisch geleut. De andere meneer denkt meer in “vroeger” en “rust”. En in “brieven”. Ik vraag me af of ze wel hetzelfde gesprek voeren.

Maar uhm… kunnen we nog terug naar het brieventijdperk?

 

 
Gedichtendag: jij bent mijn verslaving

Gedichtendag: jij bent mijn verslaving

Liefde en loslaten. En poetischer thema bestaat niet. Daarbij, een potje overdrijven levert best aardige gedichten.

xxx

Verslaving

Ik laat je niet los hoor

want je weet toch liefje

waar engelen scharen & honden bewaken

is de begraafplaats van mijn verschoten liefdes.

In pijn en in wanhoop

wil ik mijn liefde voor jou niet begraven,

tussen de exen die zo weinig voor mij betekenen.

Zo vergankelijk kan gevoel dus zijn… maar niet voor jou hoor, mijn lief!

Want aan mijn liefde voor jou

ben ik schokkend verslaafd.

xxx

 
Gedichtendag: terug in de tijd!

Gedichtendag: terug in de tijd!

Tussen mijn 14e en 17e had ik een overrijke gevoelswereld. Dit uitte zich in het schrijven van een boek vol met (puberale) gedichten. Slechts 1 gedicht redde het naar een gedrukt document. Dit gedicht schreef ik ruim 16 jaar geleden toen dirigent Gerard Akkerhuis overleed. Ik was toen zelf 15 jaar oud en het idee dat eerst onder iemands handen muziek ontstond en dat dit nu opeens niets meer was, raakte mij.

Het gedicht werd voorin het “begrafenisboekje” geplaatst. Ik was ook daarvan zwaar onder de indruk.

 

Het gedicht

Een stuk muziek

dat op blad tot leven kwam

en dat weer stierf toen hij verdween.

Het vurige verlangen

om dat te bezitten

wat niet te bezitten was.

Van een eenvoudige noot

maakte hij een bloeiende toon;

zijn handen bewerkten muziek

zoals het zeewater de zeebodem bewerkt.

Alle tonen zijn in 1 ruk weggevaagd

wat vage klanken blijven over.

Ze hangen daar

waar ze eens werden gevormd.

Ter nagedachtenis aan Gerhardus Willem Akkerhuis
 
Online identiteit/digitale privacy

Online identiteit/digitale privacy

Weten we eigenlijk wel wat we aan gegevens online zetten? Ik denk het wel. Maar beseffen we ook wat dat in de toekomst gaat betekenen?

We vergissen ons daar wel eens in. Want waar zijn onze gegevens over 15, 20 of 50 jaar nog te zien? Willen we wel dat het dan nog te zien is? Maken we bewuste keuzes waar we wel/niet iets plaatsen? Dat doen we wel al jaren met andere informatie die we vrijgeven. Wat zet jij op het naamplaatje naast je voordeur? Voornaam en achternaam? Welke informatie geef jij op als je ergens moet registeren? Je laat vast eea achterwege als je het niet perse hoeft in te vullen.

Op internet registreren we meer gegevens dan offline en denken dat het vergankelijk is omdat er toch weer veel informatie voor in de plaats komt. De grap is echter dat oude informatie wel ergens blijft bestaan. Maar durven we wel te kijken naar wat het langetermijn effect zou kunnen zijn van de aanwezigheid van onze persoonlijke informatie online?

Of steken we massaal onze kop in het zand? Misschien willen we niet denken over wat er gebeurt als de informatie later wordt misbruikt of bekend wordt. Misschien vinden we hierover nadenken wel te confronterend omDAT het lastig inschatten is. Ik vind het zelf iig lastig te bepalen wat ik wel en niet plaats. En denk er zeker niet altijd over na.

Ik vind het een interessant onderwerp en het is dan ook vast niet toevallig te noemen dat er een opdracht binnen dit thema op mijn pad kwam. Ik houd mij momenteel bezig met de online PR van de nieuwe voorstelling van theatergroep Drang, Palestra Rex. De voorstelling is een futuristische sage. De regisseur Monique Baas werkt in het uitwerken van het script nauw samen met futurist Arjen Kamphuis en met de Haagse hackersgroep Revelation Space. Ze nemen ons mee in een nabespreking van . Meer daarover op de theatergroep Drang website. Ik hoorde uit betrouwbare bron dat er nog kaarten zijn ;-)

 
Tot HIER en niet verder (over grenzen)

Tot HIER en niet verder (over grenzen)

Ik ga wel eens ver. Te ver. En anderen ook. Bij zichzelf, maar ook bij mij. Als zich dat in een aantal weken op verschillende vlakken uit, dan heb je dus een thema. Thema grenzen.

Grenzen op gebied van dienstbaarheid. Organisaties die met je sollen bedoel ik dan. Verzekeraars. Woningbouwverenigingen. Gemeentes. NIET DOEN.

Grenzen aan “in my face”. Als ik bij jouw koffiezaak kom ontspannen HOEF ik niet het wel en wee van het opzetten van jouw zaak te horen. Echt. Ik wil welverdiend ontspannen en genieten dat ik er zit. Jouw stress hoeft niet in mijn espresso.

Grenzen aan buurtvriendelijkheid. Als ik zeg dat je geen sneeuwballen mijn huis in moet gooien, dan bedoel ik echt dat je dat niet moet doen. ECHT.

Grenzen in werk: ik geef 150% in een opdracht. Met veel plezier en liefde, dat is mijn manier. Maar daar ligt ergens wel een grens. Als ik die aangeef, meen ik dat.

Grenzen naar medewerkers en collega’s. Je moet mij niet laten zitten als we samen midden in een klus zitten. Dat is niet ok.

Grenzen aan waar je goed in wilt zijn. Die laptop kan echt beter door iemand anders worden opgeknapt dan door mijzelf.

Grenzen aan wat je oren aankunnen. Die piano was echt te vals om nog op te spelen. Tja.

Grenzen aan lief zijn. Ik ben lief. En ga daarin heel erg ver, omdat ik dat wil. Maar ook bij mij is soms de maat vol en gaat het even niet meer om jou maar even over mij. Dan is daar (voor nu) dus even de deur.

Grenzen aan liefde. Als je mij kwetst en niet serieus hebt genomen, dan is dat niet cool. Kan ik weinig meer over zeggen, gewoon niet doen.

Grenzen in vriendschappen. Dat ik denkt dat ik het echt te druk hebt om met vrienden af te spreken en dan 1 van mijn beste vriendinnen zien en gewoon in huilen uitbarst. Poe hee. Persoonlijke grens bereikt.

Grenzen in planning. Dat je mail het anderhalve dag niet doet, je vervolgens een dag ziek bent en je daardoor je vakantie toch moet uitstellen. Flut.

Grenzen in activiteiten. Dat je eigenlijk op je luie reet moet zitten om even adem te halen maar dat je blijft hollen om dingen af te krijgen. Deze kennen jullie allemaal wel.

Grenzen in werkdruk. Dat je zo veel met je opdracht bezig bent geweest dat je s’nachts nog steeds toneelstukken en muziekoptredens aan het produceren bent en wakker wordt met het idee dat je in je slaapkamer het podium moet opbouwen. (Zelfspot: hier kan ik namelijk zelf heel hard om lachen).

Grenzen. Heeft iets te maken met jezelf serieus nemen. En soms juist weer niet te serieus. Ik vind het wel wat.

 
Ik sta te trappelen!

Ik sta te trappelen!

Eind vorig jaar: iedereen reflecteert het jaar en bedenkt zich wat er goed en minder goed ging. Ik zit achterover, denk erover na en ben zwaar onder de indruk. Mijn jaar was overweldigend goed. Met de nodige ups en downs, maar overweldigend goed.

En dan nu het begin van 2011: ik denk voor het eerst niet na over goede voornemens. Ik word wakker op 1 januari en sta eenvoudigweg te trappelen om het nieuwe jaar te beginnen. MAG IK AL, MAG IK AL!? #trappeltrappeltrappel