*****************
*************
********
*********
345345
345345
35345
345345
345345
345345
345345
345345
8888
888345345
Deze blog is onderdeel van #PHOT (Photo on Tuesday), een wekelijks terugkerend initiatief van Karin Ramaker.
*****************
*************
********
*********
345345
345345
35345
345345
345345
345345
345345
345345
8888
888345345
Deze blog is onderdeel van #PHOT (Photo on Tuesday), een wekelijks terugkerend initiatief van Karin Ramaker.

Ik ben gevoelig voor beeld. Beeldtaal dus. Als ik door de stad loop, kijk ik naar vormen, sculpturen, naar lettertypes en kleuren. Naar lijnen en stippen, naar foto’s en kunstuitingen. Flyers, posters, visitekaartjes maar ook websites, twitterachtergronden. Het is een verslaving en ik vind er meestal ook wat van. Niet zozeer in de zin van “mooi” of “lelijk”, ik kijk of het beeld zijn doel behaald. Zegt het wat het moet zeggen en bereikt het hiermee de buitenwereld? Ik kan genieten van expliciet beeld wat een heldere boodschap overbrengt, maar ook beeld waarbij je niet weet waarom, maar dat je er toch blij van wordt. Beeld is vaak het eerste wat de buitenwereld van je ziet. Beeld is je voordeur.
Toen ik kortgeleden mijn eigen visitekaartjes ontwierp (50 verschillende kaartjes, met dank aan mijn Iphone fotoarchief en Moo.com) bleken de meest sprekende afbeelding die van een vormgeving moodboard. Met ieder plaatje op de moodboard heb ik een verhaal: een ervaring, iemand in mijn netwerk, mooie vormgeving, goede kleuren of superheldere boodschap. Als ik een kaartje weggeef, geef ik een verhaal en dat verhaal zegt iets over mijzelf en over wat ik voor een opdrachtgever kan betekenen.

Beeldtaal dus. Als ik het kon, zou ik zelf ontwerpen. Helaas zijn mijn schetskwaliteiten blijven steken op het niveau van een 8 jarige. Maar de schakel zijn tussen vormgever, organisatie (klant) en diens doelgroep, dat kan ik dan weer wel. #spelenmetbeeld #spelenmettaal #vertalen
ZIJSPOOR
Vanochtend viel mij op dat mijn favoriete koffiemerk Lavazza de vormgeving van het koffieblik heeft veranderd. Naar mijn mening niet echt een vooruitgang. Welke spreekt jullie het meeste aan (links / rechts) en waarom?
***
Oranje. Knaloranje op precies te zijn. Opeens vind ik het mooi. Koop ik een knaloranje shirtje, wil ik oranje strepen op mijn muur en zie in Antwerpen opeens superleuke oranje glazen lampjes.
Soms is een kleur opeens ìn en dat begint eigenlijk een beetje als sluikreclame. Op billboard en in tijdschriften beginnen trendsetters de kleuren voorzichtig te tonen. Het valt ons, trendonbewust gepeupel, nog niet op. Totdat de grotere (woon)warenhuizen de trend op grotere schaal in huis halen.

Ik durfde het niet. Wilde het niet. Ik heb het twee weken uitgesteld, maar zojuist is het er dan toch van gekomen. Het betekent een eind aan een jaar lang zondagen met kleine en grote verrassingen, boodschappen en bekentenissen. Sommige kaartjes sloten een week ellende af. Andere sloten weken heftig hard werken af. Er waren kaartjes die mij een schop onder de kont gaven. Een paar kaartjes gingen mee op vakantie (Italië en Ardennen) en werden daar aan een gezellige ontbijttafel geopend. Slechts een enkele keer vergat ik het en werd het een “kaartje op maandag”. Van sommige kaartjes deelde ik de boodschap met anderen, maar de meeste hield ik voor mijzelf. En opvallend veel kaartjes bewezen dat toeval niet bestaat en kwamen precies op het moment dat ik ze nodig had. Bijna alle kaartjes belandden op mijn kaartjesmuur, in de gang van mijn huis, waar ik dagelijks langs loop.
De laatste (uitstel)kaart dus. Hij blijkt van Tom te zijn. Met misschien wel de liefste boodschap van het hele #kaartjejaar. Ik pink een traantje weg: dit is echt wel één van de mooiste cadeaus die ik ooit heb gekregen (zo niet dè mooiste).
Hier had een pittige tekst vol irritatie en ongeloof kunnen staan over een verhaal waaraan ik, op advies van Maurice, geen energie ga besteden.
De WOT van deze week heeft als thema “Kapstok”. Leuk thema, maar de inspiratie moest van ver komen. Vannacht, eigenlijk al op vrijdag, begon ik maar met een sessie associatief schrijven.
Kapstok. Zo’n ding waar je nu je winterjas aan hebt hangen (en in mijn geval, twee herfstjassen). Fysiek gezien is een kapstop statisch en vraagt om beweging en daarna weer om rust. Grappig, de kapstok heeft dus eigenlijk een vraag aan ons (“hang je jas maar op ipv op de grond te leggen”). Het heeft ook iets met fatsoen te maken. Je gaat natuurlijk niet zomaar je jas in een hoek gooien als je ergens op visite bent, als je een kapstop wordt aangeboden. Bij kapstop denk ik ook aan vlooien (op basisscholen). Daar schijn je dan weer speciale vlooikapjes voor te hebben. Dat item hadden we nooit gehad als de kapstop er niet was geweest. Ik heb een mooie kapstok tussen het oude meubilair van de Gemeente Den Haag uitgevist. Superblij mee, want het is een praktisch, stevig, degelijk object maar ik vind het een mooi ontwerp. Ik kan dus ook “genieten van een kapstok”…
Een kapstok is ook een metafoor waaraan je iets (bijvoorbeeld een verhaal) kunt ophangen. Een basis van waaruit je kunt bouwen. Wederom iets statisch dus. Eigenlijk ook een startpunt, een aanknopingspunt. Iets waaraan je iets kan knopen wat je daarmee in verbinding wilt brengen. Beweging dus. De kapstok is misschien wel heel essentieel in de samenhang van een verhaal of in wat je doet of wilt… In de psychologie is er zelfs een therapie die naar de kapstok verwijst (jassentechniek therapie).
Als je er zo naar kijkt, dan is een kapstok dus het witte doek bij schilderen. De fundering van je huis. Maar ook de erwt in snert. Het is een uitnodiging aan de gebruiker om iets mee te doen. Als ik er zo over nadenk, dan heeft de kapstok eigenlijk enorm veel potentie…
Ik klik zachtjes met mijn tong tegen mijn verhemelte, zoals ik dat moeders in Zuid-Afrika vaak hoorde doen. Ze kijkt omhoog, verbaast. Dit heeft ze nog niet eerder gehoord, denk ik… eigenlijk hoort ze de hele dag nieuwe geluiden. En ruikt ze nieuwe dingen. Vol indrukken valt ze, na een klein uurtje wakker, alweer in slaap.
Een leraar van de middelbare school, een vlotbabbelende Amsterdammer, vertelde ons (16 jarig gesjeesd puberpubliek) ooit een keer uitgebreid over de wandeltochtjes met zijn dochtertje van twee. Even naar de supermarkt werden avontuurlijke, lange reizen. Zij wilde ieder steentje bekijken, plantje aanraken en alle nieuwe dingen bevragen. Eigenlijk wilde ze niet rechtdoor, maar eerst rechts, links en weer links naar de supermarkt. Hij volgde zijn dochtertje en ontdekte een compleet nieuwe wereld.